Wat de kost bepaalt
Het aantal gebruikers, en hoe ze werken. Iemand die de hele dag op kantoor offertes en orders maakt, gebruikt Lean anders dan een medewerker die op de werkvloer zijn uren registreert.
De werkgebieden die u gebruikt. Verkoop, aankoop, voorraad, productie, planning, facturatie, projecten: hoe meer van uw werking in Lean loopt, hoe groter het project.
Hoe ver uw werking afwijkt. Veel processen zijn met inrichting op te vangen. Wat echt eigen is aan uw bedrijf, vraagt soms maatwerk.
Uw gegevens. Hoeveel gegevens u meeneemt, uit welk systeem, en hoe proper ze zijn.
Koppelingen en portalen. Met welke pakketten Lean moet samenwerken, en welke externe partijen via een portaal meekijken.